Dingen met een staartje

Verhalen

Persoonlijk project: naar aanleiding van ‘Zwervende Vogels’ door Rabindranath Tagore, uitgegeven door de Wereldbibliotheek Vereeniging, maakte ik een origamiboekje met waterverf en handgesneden stempels. 

Ik heb er de gedichten in gedaan die me het meest raakten, en van mezelf het volgende korte verhaal:

Waarom nou dit boekje

Bij de kringloop zocht ik laatst naar oude boekjes om mee te knutselen, en snuffelde kwijlend door een doos met kleine oude boekjes voor maar 50 cent. Door ouderdom verkleurd papier, fraaie jaren ’30 patronen op het schutblad…

Ook een grijsblauw boekje met een klein vogeltje op de voorkant, en een decoratief randje van hetzelfde vogeltje.

De titel is ‘Zwervende vogels’ van Rabindranath Tagore. Het is een beduimeld, beetje versleten boekje en ik vind het meteen heel sympathiek. Er wordt omgeroepen dat de winkel gaat sluiten, iedereen wordt verzocht af te rekenen.

Het boekje gaat on-ingezien mee. Thuis blijkt het vol te staan met korte, prachtige gedichtjes, de lengte van een citaat. Bitesize.

‘Wie tranen vergiet omdat hij de zon mist, mist ook de sterren.’

Onder het bladeren heeft Google me verteld dat Rabindranath Tagore (Calcutta, 7 mei 1861- aldaar 7 augustus 1941) een beroemd dichter, roman- en toneelschrijver was. Dat hij geboren werd in een rijke brahmaanse familie tijdens de Britse koloniale overheersing van India. Dat hij op lyrische wijze in spreektaal schreef, het beroemdst is geworden met zijn gedichten, maar ook schreef over sociale en politieke onderwerpen waarbij hij streefde naar harmonie tussen Westerse en Oosterse filosofieën, religies en culturen. Dat hij de Nobelprijs heeft gewonnen.

En dan:

‘God heeft eerbied voor mij als ik werk, maar Hij heeft mij lief als ik zing.’

Die ken ik! Van mijn oma.

Mijn oma was katholiek. Haar boerderij-achtige huis hing vol tegels, schilderijen met bijbelse taferelen en stoffige palmtakjes. Achter haar stoel stond op een plank aan de muur een Jezusbeeld van een meter hoog. Jezus had zijn bloedende handen opgeheven en het hoofd licht schuin. Hij keek teleurgesteld, wat me altijd een ongemakkelijk gevoel gaf als ik ernaar keek, zoals een hond ook het meest gestraft is als zijn baasje niet boos is om de uitgekauwde schoen, maar verdrietig. De plank was afgezoomd met de geborduurde tekst:

‘God zegen ons allen’.

Echt kennen deed ik m’n oma niet. Als m’n nichtjes en ik tikkertje speelden, dan tikte zij ons vanuit die stoel ook wel eens op de rug en keek dan weer voor zich. Een andere terugkerende grap was dat ze Petra Sandra, Sandra Tessa en mij Petra noemde. Ja of Sandra. Maar goed, ik kende haar dus niet echt, ze zat in die stoel, onder Jezus, en tikte ons op de schouder. Ook maakte ze fantastische groentesoep, met grote stukken bloemkool en wortel en lekkere balletjes.

Toen m’n oma niet meer thuis kon wonen en haar intrek nam in een kamer in een verzorgingshuis, ging het Jezusbeeld en de hele santekraam mee, waardoor de godsdienstige beelddichtheid in dat vertrek vrij intens werd. 1 meter Jezus op 9 vierkante meter is veel.

Nou verzamelde ik toen ik een jaar of 8 was knijpdiertjes (voor de leek: dat zijn kleine knuffeltjes waarvan de voorpootjes werken als klemmetje) en om de boel wat op te vrolijken hing ik die dingen ook op in haar kamer.

Het kwam niet in me op om te vragen of ze het leuk, of überhaupt wel goed vond. Dat leek me -gezien de pracht van de collectie- vanzelfsprekend.

Ik hing er 5 op, en wisselde er bij elk bezoek 3. De 2 mooiste mochten een ronde blijven hangen. (Een eekhoorntje met een stugge oranjebruine vacht, wollige staart en kraaloogjes heeft 6 rondes overleefd.)  Aldus was het knijpdiertjesroulatie-schema.

Zelf waren we er (conform familie-roulatie-schema) 1 zondagmiddag per 3 weken.

Ik hing de knijpdiertjes ook wel eens aan de godsdienstig-informatieve tegels. God schiep uit Gouden Korenaren, Dank U voor deze nieuwe morgen, en: God heeft eerbied voor mij als ik werk, maar Hij heeft mij lief als ik zing.

Omdat ik zelf vreselijk vals zing (denk aan iets tussen een kraai en een onrechtmatig geknepen cavia), heb ik dat altijd als het beste bewijs gezien dat hij niet bestaat, want waarom zou hij iets maken dat minder is dan perfectie.

En als het beste bewijs dat Hij liefde is.

Dat is de mindfuck van met een religie te zijn opgevoed: het is net zo onmogelijk om een God waar je mee bent opgegroeid te ont-geloven als het is om bewust niet aan een roze olifant te denken. Onverbiddelijk staan God en Suske en Wiske aan de basis van mijn gevoel voor goed en kwaad.

Terug naar dat tegeltje.

Dat er ook schoonheid is in het liedje van een hopeloos ontstemde kraai.

Dat de vreugde die maakt dat je wilt zingen, dat daar ook schoonheid in ligt, dat je dat lief kan hebben.

Een altijd-prijs-geluks-loop.

Van Tagore, van mijn oma. Ergens zijn de blik op de wereld van een hoogopgeleide man uit India en die van een vrome katholieke vrouw uit Gaanderen samengekomen.

Hebben ze allebei nooit geweten. Denk ik.

Je hebt zoveel met vreemden gemeen, wat je niet weet.

Nog één gedicht van de Indiase schrijver en dichter:

‘Eens droomden wij, dat we vreemden waren.

We ontwaken, en ontdekken, dat we elkaar

dierbaar waren.’

 

© 2019 Dingen met een staartje

Theme by Anders Norén